Weerzin tegen lezen of weer zin in lezen?

Leesmotivatie,  leesweerstand en wat het onderwijs ermee kan doen

Veel leerlingen hebben een lage leesmotivatie of zelfs een weerstand tegen lezen. Wat is leesmotivatie precies, wat is leesweerstand en hoe kan het onderwijs tegemoet komen aan afnemend leesplezier? Roel van Steensel bespreekt de belangrijkste bevindingen uit onderzoek.

 

Door Roel van Steensel

 

Nederlandse leerlingen scoren laag in internationale leesmotivatieranglijstjes. Veel leerlingen lijken zelfs een uitgesproken weerstand te hebben tegen lezen. Leesmotivatie en leesweerstand lijken belangrijke factoren in de leesvaardigheid. Maar hoe zit het precies? Wat verstaan we onder leesmotivatie en hoe is de relatie tussen leesmotivatie en leesvaardigheid? Wat is leesweerstand? En kunnen we leesmotivatie bevorderen, leesweerstand tegengaan en daarmee de leesvaardigheid stimuleren?

Leesmotivatie: een complex begrip

Er zijn verschillende manieren om leesmotivatie te definiëren. Een bekend onderscheid is dat tussen intrinsieke en extrinsieke leesmotivatie. In het eerste geval leest iemand omdat hij of zij lezen een leuke, fijne of interessante activiteit vindt. In het tweede geval leest iemand om externe redenen, bij voorbeeld het halen van een goed cijfer voor een boekverslag.

 

Motivatie wordt ook gestimuleerd door zelfvertrouwen: weten dat je een leestaak tot een goed einde kunt brengen. Of doordat je lezen een waardevolle activiteit vindt of doordat het een vaardigheid is die je onder de knie wilt krijgen. Ook interesse is een factor in de leesmotivatie: je wordt aangezet tot lezen omdat een tekst gaat over een onderwerp dat je belangstelling heeft of omdat er iets is in de tekst dat je belangstelling aanwakkert. In de literatuur wordt gesteld dat het onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie de kern vormt van leesmotivatie. De andere motivatiebegrippen - zelfvertrouwen, waarden, beheersingsdoelen en interesse - worden gezien als ‘antecedenten’: zijn bepalen hoe gemotiveerd een leerling is.

Leesmotivatie en leesvaardigheid: hoe hangen ze samen?

De relatie tussen leesmotivatie en leesvaardigheid kan meerdere kanten opgaan. Sommige onderzoekers stellen dat leesmotivatie de leesvaardigheid beïnvloedt. Gemotiveerde lezers lezen meer en actiever, en kiezen vaker moeilijkere teksten. Daardoor creëren ze voor zichzelf de gelegenheid om te oefenen. Dat komt hun leesvaardigheid ten goede. Anderen stellen juist dat leesvaardigheid leidt tot leesplezier. Het meeste bewijs is echter gevonden voor een wederkerige relatie: gemotiveerde leerlingen lezen vaker, vaker lezen leidt tot een betere leesvaardigheid en die betere leesvaardigheid stimuleert het leesplezier. Dit geldt trouwens niet voor alle leerlingen. Bij beginnende lezers en zwakke lezers werd alleen een effect van leesvaardigheid op leesmotivatie gevonden. Kennelijk moeten leerlingen een vaardigheidsdrempel over om met plezier te kunnen lezen.

Weerstand tegen lezen

Sommige leerlingen voelen een echte weerstand tegen lezen. In onderzoek spreken we dan van negatieve of ‘ondermijnende’ motivaties. Voorbeelden zijn vermijding, waarbij een leerling leesactiviteiten uit de weg gaat, omdat ze voelen als verspilde tijd, en ervaren moeilijkheid, waarbij de moed een leerling in de schoenen zakt, omdat hij of zij lezen ervaart als te moeilijk. We zijn gewend om leesmotivatie te zien als een continuüm, dat gaat van positief naar negatief: een leerling is meer of minder gemotiveerd om te lezen. Anders gezegd, positieve en negatieve motivaties zijn keerzijden van dezelfde medaille.

 

Onderzoek laat echter zien dat positieve en negatieve motivaties beter kunnen worden beschouwd als afzonderlijke medailles. Positieve en negatieve motivaties gaan namelijk samen met verschillende emotionele reacties: weinig leesplezier betekent immers nog niet dat iemand lezen haat. Negatieve motivaties lijken een unieke rol te spelen in de leesvaardigheid. Onderzoek onder vmbo’ers laat zien dat positieve motivaties, zoals intrinsieke motivatie en zelfvertrouwen, en negatieve motivaties, vermijding en ervaren moeilijkheid, samen meer verschillen in leesvaardigheid verklaren dan positieve motivaties alleen.

Is leesmotivatie met onderwijs te bevorderen?

Leesmotivatieprogramma’s in het basis- en voortgezet onderwijs laten over het algemeen positieve effecten zien op de leesmotivatie en het leesbegrip van leerlingen. Vooral programma’s die aandacht hebben voor de volgende elementen zijn effectief:

 

1.  Autonomie aanspreken
Bijvoorbeeld door leerlingen keuzes te bieden in de teksten die ze lezen of in de manier waarop ze de inhoud van die teksten verwerken.

 

2.  Competentiegevoelens bevorderen en beheersingsdoelen aanspreken
Bijvoorbeeld door teksten op het juiste niveau aan te bieden (niet te moeilijk, niet te makkelijk), maar ook door met leerlingen samen hun ontwikkeling te monitoren en ze ‘procesfeedback’ te geven. Dat laatste betekent dat je als leerkracht samen doelen stelt, samen bekijkt of die doelen behaald worden en leerlingen feedback geeft op de stappen die ze maken. Dat zorgt voor succeservaringen.

 

3.  Verbondenheid stimuleren
Bijvoorbeeld door leerlingen te laten samenwerken, maar ook door te investeren in de leerkracht-leerlingrelatie. Een leerkracht die met leerlingen praat over wat ze aan het lezen zijn, geeft ze het gevoel dat hun leesactiviteiten ertoe doen.

 

4.  Gebruikmaken van de eigen interesses van leerlingen of die interesses juist uitlokken
Bijvoorbeeld door leerlingen leestips te geven op basis van hun belangstelling voor bepaalde onderwerpen, maar ook door aansprekende activiteiten te organiseren die te maken hebben met het onderwerp van een tekst.

 

Het lijkt erop dat als je aan al deze aspecten aandacht besteedt, je de leesweerstand van leerlingen kunt verminderen.