Op weg naar 1S
Leestijd 4 minuten
Door Miriam Kist en Lieke Daemen
Hoe vaak rekenen we eigenlijk op een dag? In het dagelijkse leven komen we ontzettend veel getallen en rekenkundige elementen tegen waar we iets mee moeten. Niet alleen de concrete rekenles op school telt daarbij mee. Denk aan klokkijken, maar ook aan rekenen met de tijd (hoeveel tijd heb ik nog om bij die afspraak te komen?), rekenen met verhoudingen (havermoutpap maken als ontbijt) maar ook aan de getallen langs de weg en de snelheidsmeter in je auto. Kinderen hebben dus een goede rugzak met rekenbagage nodig om zich te kunnen redden in de maatschappij.
Wat is er nodig?
De referentieniveaus 1F en 1S beschrijven wat leerlingen moeten kunnen en kennen op het gebied van rekenen. Het 1Fniveau wordt gezien als een fundamenteel niveau, dat leerlingen eind groep 6 behaald moeten hebben. Het is de ambitie dat minimaal 85% van de leerlingen dit niveau bereikt, wat landelijk lukt.
Het 1Sniveau is het streefniveau dat leerlingen nodig hebben om zich te kunnen redden in de maatschappij. Hierbij hoort de ambitie dat minimaal 65% van de leerlingen dit bereikt.
Datzelfde percentage leerlingen stroomde bij de invoering van deze niveaus uit richting vmbo-t, havo of vwo. Bij deze uitstroomniveaus is 1S noodzakelijk voor een goede aansluiting op het voortgezet onderwijs.
Inmiddels stroomt 75% van de leerlingen uit naar vmbo-t, havo of vwo en zou je dus ook de ambitie kunnen bijstellen.
Als je kijkt naar het woord ‘streefniveau’ en synoniemen opzoekt voor ‘streven’, dan kom je woorden als ‘trachten’, ‘proberen’ of ‘beogen’ tegen. Dit suggereert een situatie waarin je moet proberen om dit niveau te halen, terwijl we net schreven dat leerlingen dit niveau nodig hebben om zich te kunnen redden in de maatschappij en nodig hebben vanaf uitstroom vmbo-t.
Proberen wordt dan dus ‘nodig hebben’. Daarom is het logischer om 1S te zien als standaardniveau: een noodzakelijke ondergrens.
Cruciale rol van de leerkracht
Uit onderzoek blijkt dat de effectiviteit van rekenonderwijs sterk samenhangt met de kennis en vaardigheden van de leerkracht. De eisen die leerkrachten stellen en hun verwachtingen van leerlingen beïnvloeden direct de prestaties.
Leerlingen volgen soms te snel de ‘éénsterroute’ (1F) binnen rekenmethoden. Daardoor missen zij aanbod dat bij 1S hoort. Zorg er daarom voor dat alle leerlingen zo veel mogelijk 1S-aanbod krijgen. Maak pas vanaf groep 6 een onderbouwde keuze om een leerling op 1F te laten uitstromen.
Gebruik daarbij bijvoorbeeld de Checklist Verantwoord kiezen voor fundamenteel rekenniveau 1F van het SLO (2012). Een gezamenlijke overtuiging dat elke leerling het streefniveau kan halen, is noodzakelijk. Dit vraagt om onderwijs dat hier bewust op is ingericht.
Wanneer leerkrachten uitgaan van een fixed mindset en verwachten dat leerlingen zich niet ontwikkelen, blijven rekenprestaties achter.
Differentiëren in niveaugroepen helpt leerlingen beter rekenen. Dit werkt het best als leerkrachten hun instructie, lesdoelen en werkvormen aanpassen aan het niveau van de leerling.
Expliciete instructie speelt hierin een belangrijke rol. Door voor te doen hoe een rekenprobleem wordt opgelost, presteren leerlingen met weinig voorkennis beter.
Effectieve aanpakken
Onderstaande aanpakken helpen leerkrachten bij het behalen van het 1S-niveau:
-
Stel rijke rekenvragen die verder gaan dan de methode. De beste vragen op 1S-niveau ontstaan vaak buiten de rekenles. Moedig leerlingen aan om te reflecteren op hun eigen aanpak en die van anderen. Samen werkwijzen bespreken en het perspectief op wiskunde verbreden, versterkt de wiskundige houding.
Bijvoorbeeld: vraag niet alleen naar de oppervlakte van één rechthoek, maar geef de opdracht: maak zoveel mogelijk rechthoeken met dezelfde oppervlakte (Marreveld, 2024).
-
Verbind rekenen met andere leergebieden. Leg expliciet de relatie met vakken zoals burgerschap, aardrijkskunde en wereldoriëntatie. Dit sluit aan bij de kerndoelen.
Door met een wiskundige blik te kijken, herkennen leerlingen structuren, modellen en verhoudingen in alledaagse situaties. Dit maakt het onderwijs concreter en herkenbaarder.
Bespreek bijvoorbeeld nieuwsberichten waarin grote getallen of verhoudingen voorkomen (Keizer & Veldhuis, 2025).
-
Gebruik hulpmiddelen bewust en begeleid actief. Programma’s zoals Bareka of Rekensprint kunnen prestaties verbeteren. Ze werken het best in combinatie met instructie en begeleiding van de leerkracht.
Formatieve toetsing en gerichte feedback versterken het leerproces. Leerlingen profiteren vooral van feedback met uitleg.
Ook specifieke en oprechte complimenten vergroten het zelfvertrouwen. Dit heeft een positief effect op rekenprestaties (Kennisrotonde, 2018).
Verder in dit onderwerp duiken? Dat kan tijdens de kennissessie ‘Op weg naar 1S’.