Van ib’er naar kc’er: van curatief naar preventief denken. Welke drempels kom je in de praktijk tegen?

Leestijd 3 minuten

Categorie(ën):
[NL-L] Van ib’er naar kc’er: van  curatief naar preventief  denken. Welke drempels  kom je in de praktijk tegen?

Door Dymphe Laan en Marit Nierop

Het prioriteren van onderwijskwaliteit en dit duurzaam maken: dat is niet alleen de focus van Lexima, maar van iedereen die bij het onderwijs betrokken is. Dat klinkt makkelijker gezegd dan gedaan, maar een overstap maken van intern begeleider (ib’er) naar kwaliteitscoördinator (kc’er) zou zomaar eens aan die focus kunnen bijdragen. ‘De leerkracht doet ertoe en moet in zijn kracht gezet worden,’ vindt Elrike Massink (kc’er op De Ontdekking in Ede). Ook Neeltje van ‘t Wout (onderwijsadviseur bij Melior Advies) en Yvonne Nuvelstijn (onderwijsadviseur bij OnderwijsConnected) zetten in hun werk de leerkracht centraal.

Ken je dat moment waarop je erachter komt dat anderen even enthousiast zijn over een boek als jij? Of dat de ander ook die ene serie gebingewatcht heeft en jullie niet uitgepraat raken over een bepaalde scène? Dat beeld ontstaat direct wanneer je Elrike, Neeltje en Yvonne samen in één ruimte zou zetten. Wat hen duidelijk verbindt, is hun gedeelde enthousiasme over de rol van kwaliteitscoördinator. Zij geloven vol overtuiging in de overstap van ib naar kc: zij zien en ervaren dagelijks in de praktijk dat deze rol werkt.

Wat werkt?

Waar je volgens Elrike als ib’er vaak nog ingezet wordt als een ‘duizenddingendoekje’, is de focus van een kc’er duidelijker. Dat komt mede door de drie domeinen en de juiste balans hierin. Doordat de focus niet alleen op zorg, maar ook op leren en data ligt, werkt de kc’er als regisseur. Waar de leerkracht de lijntjes voor de leerling binnen de school kent, kent de kc’er die juist buiten de school. Hierdoor ontstaat groei en ontwikkeling voor iedereen.

Ook daarin ziet de kc’er een grote omslag ten opzichte van de vroegere rol als intern begeleider: je komt niet voor de leerling de klas in, maar voor de leerkracht. Je coacht de leerkracht, zodat het onderwijs beter wordt. De kennis en expertise ligt bij de leerkrachten en wordt actief gedeeld via leerteams op verschillende vakgebieden.

Waar een leerkracht eerder met een hulpvraag of zorg direct bij de ib’er aanklopte, wordt het onderwijs nu met die hulpvragen vormgegeven binnen het eigen leerteam. De kc’er wordt – indien nodig – pas in een later stadium ingeschakeld. In de praktijk merkt Elrike dat het handelen van leerkrachten verschuift van een curatieve naar een preventieve aanpak. Dit betekent niet het zo vroeg mogelijk signaleren van stoornissen, maar het voorkomen van leerstofhiaten.

De vraag is dus: ‘Wat wil ik de kinderen leren en hoe ga ik ervoor zorgen dat alle kinderen uit mijn klas zo goed mogelijk tot leren komen?’ Hiermee zorg je als leerkracht voor inclusief onderwijs (Francis van Haandel, LBBO). Dat een kc’er moet kunnen verbinden, daar zijn alle drie de onderwijsprofessionals het over eens. ‘De visie creëer je met elkaar,’ vertelt Neeltje. ‘En de data die jij als kc’er verzamelt, gebruik je om samen een aanpak te vormen,’ vult Yvonne aan. De gesprekken gaan hierdoor altijd over de inhoud. Het team voelt dat zij samen het onderwijs maken en is opener naar elkaar.

Drempels in de praktijk

Natuurlijk gaat de verandering niet altijd vanzelf, weten de drie ook. Neeltje: ‘De naamsverandering is klein, maar de daadwerkelijke transitie is groot. Het gaat om een teamgerichte transitie voor zowel ib als directie en het team.’

De drie professionals adviseren dan ook sterk om de tijd te nemen en niet te snel te willen gaan. Eén van de drempels die ervaren wordt, is het ontbreken van een duidelijke structuur en heldere rollen. Hierdoor zul je als kc’er geen balans kunnen vinden tussen de drie domeinen en mogelijk, net als in je oude rol, te veel focus hebben op zorg en leerling. ‘Maak van de leerkracht je hoofdbaan,’ zegt Elrike. ‘Zorg dat je genoeg de groepen ingaat en plan je lesbezoeken van tevoren in.’ Je kunt ook door middel van kleuren in je agenda inzichtelijk maken hoeveel tijd je aan welk domein besteedt. ‘Welke activiteiten waren gericht op data? En welke op leren? En hoe zijn deze in verhouding?’ tipt Neeltje.

Ook hebben ze alle drie de weerstand ervaren die een team kan voelen tijdens een transitie. In eerste instantie kan de overstap naar leerteams aanvoelen als méér werk voor leerkrachten. Elrike legt daarom het belang van het waarom uit en stelt kritische wedervragen. Yvonne beaamt dit: ‘Uiteindelijk ervaren leerkrachten dat het leerteam het onderwijs maakt en willen ze hier graag tijd voor vrijmaken.’ Neeltje merkt op dat weerstand ook een positieve functie heeft: ‘Mensen voelen dat verandering onvermijdelijk is.’

Het wennen aan nieuwe rollen en lijnen kost tijd, maar door samen de inhoud te ontwikkelen en die later vast te leggen, ontstaat duurzame borging.

In ontwikkeling

Het onderwijs is constant in ontwikkeling. De focus op onderwijskwaliteit komt voort uit de wens om goed onderwijs te bieden aan ieder kind: niet werken vanuit labels, niet de lat lager leggen of alleen leerhiaten dichten, maar inzetten op vroegtijdig signaleren en het onderwijs daarop aanpassen.

Het wennen aan deze nieuwe rol en ‘op je eigen plek blijven’ kan lastig zijn. De drie domeinen zijn gebaseerd op uitgebreid onderzoek en praktijkervaring en helpen, door de juiste balans aan te brengen, om de rol van kc’er duurzaam en effectief vorm te geven.