Automatisering vormt een belangrijke basis voor de verdere rekenontwikkeling. Wanneer achterblijvende automatisering niet tijdig wordt gesignaleerd, kunnen problemen zich opstapelen en is later vaak meer differentiatie en extra ondersteuning nodig.
Met ATR breng je in twee minuten het automatiseringsniveau van je leerlingen in beeld. De korte, genormeerde en methode-onafhankelijke signaleringstoets helpt je groepsbreed bepalen welke leerlingen op koers lijken te liggen en bij welke leerlingen extra aandacht of verdere analyse wenselijk kan zijn. De resultaten worden vergeleken met een normgroep en weergegeven in zones, met een handelingsadvies dat richting geeft aan het vervolg.
2 minuten toetstijd per leerling
Methode-onafhankelijk
Genormeerd op basis van onderzoek onder ruim 2.000 leerlingen
Automatisering vormt een belangrijke basis voor de verdere rekenontwikkeling. Wanneer automatisering achterblijft en dit niet tijdig wordt gesignaleerd, kunnen hiaten langer onopgemerkt blijven en leerlingen bij complexere rekenopgaven belemmeren. Voor leerkrachten betekent dit dat later meer differentiatie en extra ondersteuning nodig kan zijn.
ATR helpt om vroegtijdig en groepsbreed te signaleren waar extra aandacht nodig kan zijn. In twee minuten per leerling krijg je zicht op welke leerlingen op koers lijken te liggen en bij wie extra aandacht of verdere analyse wenselijk kan zijn. Zo hoef je niet iedere leerling uitgebreid individueel te onderzoeken.
ATR helpt je vroegtijdig signaleren:
Welke leerlingen op koers lijken te liggen
Bij welke leerlingen extra aandacht wenselijk kan zijn
Waar verdere analyse mogelijk nodig is
Welke leerlingen mogelijk meer uitdaging nodig hebben
ATR stelt daarbij geen automatiseringsprobleem vast. Het is een signaleringstoets die helpt bepalen waar vervolgactie wenselijk kan zijn.
Waarom ATR naast andere rekentoetsen?
Waarschijnlijk verzamel je al verschillende gegevens over de rekenontwikkeling van leerlingen. ATR vervangt deze informatie niet, maar voegt er een specifieke signalering van het automatiseringsniveau aan toe.
Methodetoetsen
Laten zien in hoeverre leerlingen de recent aangeboden leerstof beheersen.
LVS-toetsen
Geven op vaste momenten een breder beeld van de rekenontwikkeling.
ATR
Signaleert in twee minuten en op basis van een normgroep welke leerlingen mogelijk extra aandacht nodig hebben bij het automatiseren.
Bareka
Kan vervolgens worden ingezet om verder te analyseren waar mogelijke hiaten in de rekenontwikkeling zitten.
Rekenvaardigheden bouwen op elkaar voort. Wanneer basisvaardigheden onvoldoende zijn geautomatiseerd, vraagt rekenen meer denkruimte en kunnen leerlingen bij complexere opgaven worden belemmerd.
De inhoudelijke opbouw van ATR sluit aan bij inzichten uit het drempelmodel van Ruijssenaars, Hofstetter, Danhof & Minnaert (2017). In dit model worden verschillende somtypen en drempels in de ontwikkeling van rekenkennis beschreven.
ATR richt zich specifiek op de automatisering van het rekenen en gebruikt deze inhoudelijke inzichten bij de opbouw van de toets.
ATR is ontwikkeld door Wolter Danhof en Wilfred Hofstetter, die ook betrokken waren bij de ontwikkeling van de Rekenmuur en het onderliggende drempelmodel. Daarmee bouwt ATR voort op inhoudelijke expertise die binnen het rekenonderwijs breed bekend is.
Waarom kiezen voor ATR?
Inzicht in 2 minuten
Iedere leerling maakt een korte toets van twee minuten. Zo kun je in korte tijd groepsbreed signaleren zonder iedere leerling uitgebreid individueel te onderzoeken.
Methode-onafhankelijk
ATR staat los van de gebruikte rekenmethode en richt zich specifiek op automatiseren. Daardoor vormt ATR een aanvullende informatiebron naast methode- en LVS-toetsen.
Genormeerde resultaten
Een losse score zegt niet altijd genoeg. Daarom wordt de ATR-score vergeleken met een normgroep. De normering is gebaseerd op onderzoek onder ruim 2.000 leerlingen van 18 reguliere basisscholen, verspreid over Nederland.
Twee genormeerde afnamemomenten
ATR is genormeerd voor afname in november en maart. Op deze momenten kan de score van een leerling worden vergeleken met de normgroep.
Direct richting voor het vervolg
De resultaten worden automatisch weergegeven in vier zones: blauw, groen, oranje en rood. Zo zie je snel waar extra aandacht nodig kan zijn. De gekoppelde handelingsadviezen geven direct richting aan het vervolg: blijven volgen, extra ondersteunen of verder analyseren.
Hoe werkt ATR?
1
Plan de toets
Plan ATR eenvoudig in voor je groep tijdens het genormeerde afnamemoment.
2
Neem ATR af
Iedere leerling maakt een korte toets van twee minuten, gericht op somtypen voor automatisering.
3
Bekijk de resultaten
De score wordt vergeleken met de normgroep. Zo zie je hoe een leerling presteert ten opzichte van andere leerlingen op hetzelfde afnamemoment.
4
Bepaal wie extra aandacht nodig heeft
Je ziet welke leerlingen risico lopen en welke leerlingen zich ontwikkelen zoals verwacht.
5
Meet opnieuw
Neem ATR tijdens het tweede meetmoment opnieuw af en volg de ontwikkeling van de rekenautomatisering.
ATR staat voor Automatiseringstoets Rekenen. Het is een korte, methode-onafhankelijke en genormeerde signaleringstoets waarmee je in twee minuten het automatiseringsniveau van een leerling in beeld brengt.
Voor welke leerlingen is ATR geschikt?
ATR is bedoeld voor leerlingen van groep 4 tot en met 8.
Hoe lang duurt ATR?
De screening duurt twee minuten per leerling.
Hoe vaak neem je ATR af?
ATR wordt twee keer per schooljaar afgenomen: in november en maart.
Waarom zijn de meetmomenten in november en maart?
Deze meetmomenten liggen tussen de reguliere toetsperiodes. Daardoor krijg je tussentijds inzicht in de ontwikkeling van de rekenautomatisering en hoef je niet te wachten op een volgende methode- of LVS-toets.
Wat betekent genormeerd?
De score van een leerling wordt vergeleken met die van een normgroep. Hierdoor zie je hoe de leerling presteert ten opzichte van andere leerlingen op hetzelfde afnamemoment.
De normering van ATR is gebaseerd op onderzoek onder ruim 2.000 leerlingen van 18 reguliere basisscholen verspreid over Nederland.
Kan ik ATR ook buiten november en maart afnemen?
ATR is genormeerd voor november en maart. Buiten deze momenten kan de score niet op dezelfde manier met de normgroep worden vergeleken.
Is ATR methode-onafhankelijk?
Ja. ATR staat los van de gebruikte rekenmethode en richt zich specifiek op automatiseren.
Wat zie ik in de resultaten?
De resultaten worden weergegeven in vier zones: blauw, groen, oranje en rood. Hiermee zie je welke leerlingen op koers lijken te liggen en bij welke leerlingen extra aandacht of verdere analyse wenselijk kan zijn.
Aan iedere zone is een handelingsadvies gekoppeld dat richting geeft aan mogelijke vervolgstappen.
Stelt ATR automatiseringsproblemen vast?
Nee. ATR is een signaleringstoets en geen diagnostische toets. De resultaten helpen bepalen bij welke leerlingen extra aandacht of verdere analyse wenselijk kan zijn.
Vervangt ATR methode- of LVS-toetsen?
Nee. ATR vormt een aanvulling op bestaande toetsinformatie. Methodetoetsen geven inzicht in de beheersing van recent aangeboden leerstof. ATR richt zich specifiek op het snel en genormeerd signaleren van het automatiseringsniveau.
Wat is het verschil tussen ATR en Bareka?
ATR signaleert snel en groepsbreed bij welke leerlingen mogelijk extra aandacht nodig is op het gebied van automatiseren.
Bareka kan vervolgens worden gebruikt om verder te analyseren waar mogelijke hiaten in de rekenontwikkeling zitten.
Weet op tijd waar aandacht nodig is
Met ATR signaleer je in twee minuten per leerling welke leerlingen op koers lijken te liggen en waar mogelijk extra aandacht of verdere analyse nodig is. Kort. Methode-onafhankelijk. Genormeerd. Met directe richting voor het vervolg.