Groep 4 en 5: het scharnier van het automatiseren (deel 2 van 3)

Leestijd 5 minuten

Categorie(ën):
[NL-L] Groep 4 en 5: het scharnier van het automatiseren (deel 2 van 3)

Automatiseren is de motor onder al het latere rekenen. In het eerste deel van deze serie stond de basis centraal: de telontwikkeling in groep 1 en 2 en de sommen tot en met tien in groep 3. In dit tweede deel gaat het om groep 4 en 5, de jaren waarin het automatiseren de meeste aandacht vraagt en waarin de basis voor de bovenbouw wordt gelegd.

Groep 4: sommen over het tiental en tafels

Voor het automatiseren is groep 4 misschien wel het belangrijkste jaar, met twee grote doelen. Het eerste is het optellen en aftrekken over het tiental. In de eerste helft van het jaar gaat het om de sommen over het eerste tiental tot twintig, zoals 6 + 8 en 16 - 8. In enkele methodes is dit al aan bod geweest in groep 3, in andere methodes komt dit somtype pas vanaf begin groep 4 echt aan bod. Het doel is dat een kind deze sommen vlot maakt, met hooguit één handige tussenstap en niet meer tellend. In de tweede helft komen daar de sommen over de andere tientallen bij, zoals 76 + 8 en 56 - 8. Dat is dezelfde sprong over het tiental, nu met grotere getallen.

Het tweede is het automatiseren van de tafels. Goed om je te realiseren is dat de sommen over het tiental daarbij een rol spelen: een groepje meer en een groepje minder, zoals 2 x 4 = 8 dus 3 x 4 = 12, of 7 x 6 = 42 dus 6 x 6 = 36.

Van alle somtypen in groep 4 zijn de sommen over het tiental het lastigst. Het kost leerlingen meer tijd om dit somtype te automatiseren en juist in groep 4 is het belangrijk om hier extra tijd voor te maken, omdat de lesstof vaak sneller gaat dan de leerlingen zelf. Plan standaard vier keer vijftien minuten per week in, monitor hoe ver de leerlingen zijn met dit somtype en durf daarin keuzes te maken. Anders bouw je door op een wankel fundament en komen leerlingen in de bovenbouw in de knel. Met deze sommen tot honderd en de tafels leg je de basis voor het rekenen tot duizend in groep 5, voor de deeltafels, en voor alles wat daarop gebouwd wordt, zoals de breuken en de procenten. Hier hebben de leerlingen de rest van hun schoolloopbaan plezier van.

In de praktijk: monitor je groep en wacht daar niet mee tot een toetsmoment. Breng bij de start van groep 4 in kaart welke leerlingen de sommen tot en met tien nog niet paraat hebben, want die hebben daar eerst extra aandacht voor nodig. Houd daarnaast vanaf het begin van het jaar bij wie de sprong over het tiental vlot maakt en wie niet. Zo kun je op tijd ingrijpen in plaats van achteraf repareren. Bij uitval of twijfel kijk je waar het kind precies op vastloopt. Let daarbij ook op de volgorde: oefenen op vlotter rekenen heeft pas zin als de procedure klopt. Een kind dat een som fout of omslachtig aanpakt, slijpt met flitsen alleen die verkeerde aanpak in. Zie je niet waar het misgaat, voer dan een kort rekengesprek en laat het kind hardop vertellen hoe het de som doet. Vaak hoor je dan meteen waar de procedure spaak loopt. Soms moet je een stap terug in het rekenmuurtje en kijken welke somtypen voorwaardelijk zijn voor de som die nu misgaat. Pas als de aanpak goed en efficiënt is, ga je inslijpen: kort, dagelijks, gericht en op niveau.

Tips om aan ouders mee te geven: in groep 4 gaat het om de tafels en de sommen over het tiental. Allebei goed te onderhouden in korte momenten.

  • Oefen de tafels door elkaar in losse vragen, bijvoorbeeld tijdens een autorit. Niet op volgorde opdreunen, maar door elkaar. Hang een tafelposter op de wc of oefen de tafels met behulp van de traptreden.
  • Gooi twee dobbelstenen en laat het kind de uitkomst van de keersom roepen, bijvoorbeeld 4 en 6 wordt 24.
  • Speel een spel waarbij je punten optelt en bijhoudt, zoals yahtzee of regenwormen. Optellen over het tiental zit er vanzelf in.
  • Laat het kind bij de kassa uitrekenen wat een paar dingen samen kosten, of hoeveel wisselgeld erbij hoort.
  • Leuke educatieve rekenspellen zijn: Regenwormen, Beverbende, Rekenvlot, Toverstapels, Chili Dice, Clever, Het Masker van Amon Ra en Qwirkle.

Groep 5: van tafels naar delen en grotere getallen

Groep 5 begint helaas vaak met een inhaalslag. Een deel van de kinderen komt binnen terwijl de sommen tot honderd en de tafels nog niet goed zitten. Dat verdient als eerste aandacht. Breng in kaart wie deze basis nog mist, want daar gaat je inzet naartoe. Zonder die basis loopt de rest van groep 5 vast.

Het nieuwe aanbod sluit hier direct op aan. In het begin staan de hoge tafels centraal, de tafels van 6 tot en met 9. Al snel maak je de stap naar de deelsommen, want delen is de omkering van vermenigvuldigen en leunt dus volledig op die tafels. Daarnaast breidt het rekenen zich uit tot duizend. De volgorde is niet vrijblijvend: eerst moeten de sommen over het tiental tot honderd en de tafels stevig zitten, dan pas de deeltafels. Bouw je het in een andere volgorde op, dan missen de deeltafels de basis waarop ze rusten.

De tafels zijn hier de sleutel. Delen, breuken, procenten en verhoudingen in de bovenbouw bouwen er allemaal op voort. Een kind dat de tafels in groep 5 niet vlot beheerst, neemt dat hiaat de hele bovenbouw mee.

In de praktijk: sommige kinderen lopen vast op het rekenen over het tiental en daardoor ook op de hoge tafels. Die twee hangen samen: om van 7 x 8 naar 8 x 8 te komen, moet je 56 + 8 kunnen maken. Maak voor deze kinderen flitskaartjes met precies de tientaloverschrijdende sommen die ook in de tafels zitten, zoals 56 + 8, 48 + 8 of 35 + 7. Door die sprong apart in te slijpen, help je het rekenen over het tiental en de hoge tafels tegelijk vooruit.

Tips om aan ouders mee te geven: in groep 5 gaat het om de hoge tafels, het delen en de sommen tot duizend. Met een spelletje houd je het luchtig.

  • Speel tafelbingo: ieder maakt een kaart met uitkomsten uit de tafels. Roep een keersom, bijvoorbeeld 6 x 7, en wie de 42 heeft streept hem weg. Wie als eerste een volle rij heeft, roept bingo.
  • Maak een memoryspel: op de ene helft van de kaartjes de sommen, op de andere de antwoorden. Begin met deelsommen die uitkomen, dus op het ene kaartje 42 : 6 en op het andere 7. Maak het lastiger met delen met rest: 44 : 6 hoort dan bij 7 rest 2. Door elkaar leggen en de paren zoeken.
  • Plak op de stenen van een Jenga-toren de minsommen over het tiental die ook in de hoge tafels zitten, zoals 64 - 8, 56 - 8 of 42 - 7. Bij elke beurt los je eerst de som op voor je een steen mag trekken.
  • Leuke educatieve spellen zijn: Gesjaakt, Drempelspel 5 (oranje), Dobbel zo Clever, Konijnenhokken en Tafeltreffers.

Het scharnier van de leerlijn

Wat in deze twee jaren geautomatiseerd wordt, draagt de rekenstof in de bovenbouw. Wat hier blijft liggen, komt daar terug, alleen dan verstopt onder breuken, procenten en verhoudingen.

Het derde deel van deze serie gaat over de bovenbouw: hoe je hiaten in het automatiseren zichtbaar maakt en hoe je de basis onderhoudt.

Wil je het automatiseringsniveau van je groep scherp in beeld brengen en gericht werken aan wat nog ontbreekt? Bekijk de rekenprogramma’s van Lexima, zoals Bareka en Rekensprint. Lexima verzorgt daarnaast scholing over automatiseren voor leerkrachten, rekencoördinatoren en teams die willen weten hoe je signaleert, monitort en structureel aandacht besteedt aan deze belangrijke pijler in het onderwijs.

Bareka Ontdek met Bareka welke rekenonderdelen beheerst worden en welke nog aandacht vragen. Bekijk
Rekensprint Automatiseren lukt niet vanzelf. Rekensprint helpt leerlingen gericht oefenen met basisvaardigheden Bekijk
Scholing Voor onderwijsprofessionals zijn er diverse gratis webinars over onze programma's Bekijk
Astrid van Lieshout

Astrid van Lieshout

Onderwijsadviseur Rekenen Lexima