Onderwijs in een tijd van AI

Leestijd 4 minuten

Categorie(ën):
[NL-L] Onderwijs in een tijd van AI

Door Lisa Gosker

Een ochtend in groep 6

Stel je voor, op dinsdagochtend komt juf Noor de klas binnen. Ze start het digibord en zegt: ‘Vandaag maken we een tijdreis en leren we alles over onze geschiedenis!’ De leerlingen roepen enthousiast, maar Amir steekt zijn hand op. ‘Juf, waarom moet ik dit eigenlijk leren? Mijn tablet weet het toch al.’ Juf Noor glimlacht. ‘Goede vraag, Amir. Laten we dat vandaag samen uitzoeken.’

De kinderen starten hun Chromebooks. Ze loggen in op een leeromgeving waarin ze een virtuele gesprekspartner kiezen. Amir kiest voor een Romeinse soldaat die net terug is van een veldslag. Anna kiest voor Cleopatra. Tijdens de gesprekken verschijnt af en toe een venster met een bron: een kaart, een tijdlijn of een ander perspectief. Daarna volgt een reflectieopdracht.

De kinderen beantwoorden vragen als: Wat is het belangrijkste dat deze persoon vertelde? Klopt dat volgens de bronnen? Waarom zou deze soldaat dingen anders vertellen dan iemand uit het volk? Hoe denken wij daar nu over?

Na de pauze gaat de groep rekenen met behulp van een adaptief oefenprogramma. Amir oefent de tafel van zes en Anna deelsommen. De AI-software herkent patronen in hun fouten en past het niveau aan.

Als Amir een paar keer dezelfde fout maakt, verschijnt een uitlegvideo met een voorbeeld. Ondertussen zit juf Noor naast Emma, die moeite heeft met lezen. Samen lezen ze een stripverhaal en oefenen moeilijke woorden.

Tot slot houden ze een klassendebat. Op het bord staat: Wat moet je doen als je online pesten ziet? Een chatbot geeft verschillende standpunten. De kinderen mogen kiezen vanuit welk perspectief ze willen redeneren: een popidool, ouder, juf of schoolleider.

Ze bevragen de chatbot, dagen hem uit en proberen zijn uitspraken kritisch te bekijken. ‘Wat zou een pester hiervan vinden?’ vraagt Amir aan AI.

Daarna kiezen de kinderen een standpunt dat ze willen verdedigen. Juf Noor stelt verdiepende vragen: ‘Waarom denk je dat?’ of ‘Wat zou jij zelf doen?’ De discussie wordt levendig. Niet alle kinderen zijn het met elkaar eens, en dat mag.

Wat gebeurt hier eigenlijk?

Dit is onderwijs dat gebruikmaakt van AI zonder de leerkracht te vervangen. Leerlingen leren niet minder, maar anders. Ze gebruiken hulpmiddelen die ze ook later zullen tegenkomen. Ze leren wat AI wel en niet goed kan én waarom eigen kennis belangrijk blijft. Ze oefenen kernvaardigheden zoals taal, rekenen en digitale en AI-geletterdheid. Ze leren zelfstandig denken door te onderzoeken, perspectieven te vergelijken, oorzaak en gevolg te zien. En ze oefenen met burgerschap en ethiek: wanneer grijp je in, welke keuzes maak je en hoe werk je samen in een digitale wereld?