In de praktijk lopen de termen door elkaar: automatiseren, memoriseren, vlot rekenen, uit het hoofd kennen. Ook de kerndoelen maken dat onderscheid niet strikt. In de uitwerking van kerndoel 10a en van fundamenteel niveau 1F staan automatiseren en memoriseren naast elkaar, met termen als vlot en uit het hoofd kennen. Voor de manier waarop je het aanpakt, maakt het verschil wel degelijk uit (Ruijssenaars, 2021).
Automatiseren is een leerproces. Er wordt nog gerekend, alleen met steeds minder tussenstappen. Neem 7 + 8. Een leerling leert de som via de tien te maken: 7 en 3 is 10, en dan nog 5. Dat blijft hij oefenen en herhalen, tot ook die tussenstap niet meer nodig is en er 15 meteen wordt opgeroepen. Zo komen de sommen tot en met twintig en de tafels als rekenfeit in het langetermijngeheugen terecht. Niet doordat ze zijn ingeprent, maar doordat de procedure eronder steeds korter werd.
Memoriseren werkt anders. Daarbij wordt een feit ingeprent, zonder dat er gerekend is. Voor kennis die je nu eenmaal moet weten is dat precies goed: een week heeft zeven dagen, een uur zestig minuten. Deze feiten leer je uit je hoofd. Het geldt echter ook voor de tafels die vroeger werden opgedreund zonder dat er inzicht aan voorafging.
Het verschil merk je zodra een leerling twijfelt of zijn antwoord wil controleren. Wie 7 + 8 heeft gememoriseerd via het automatiseringsproces, kan altijd terugvallen op de procedure: die tussenstap via de tien. Wie het feit alleen heeft gememoriseerd (zonder het proces van automatiseren), heeft niets om op terug te vallen. Het antwoord is er, of het is er niet.
Terug naar de drie leerlingen. Bij de eerste is het rekenfeit direct beschikbaar; dit somtype hoeft alleen nog onderhouden te worden. Hoe het daar gekomen is, hoor je aan het antwoord niet, dat merk je door door te vragen. De tweede heeft 7 + 8 binnen vijf seconden goed met een handige tussenstap, rijgen via de tien. Die procedure klopt en is efficiënt, dus daar gaat het om oefenen, herhalen en versnellen, tot de tussenstap wegvalt.
De derde gebruikt bij 7 + 8 een inefficiënte procedure. Of een procedure inefficiënt is, hangt af van het somtype: dezelfde telprocedure is bij 6 + 2 de kortste route en bij 7 + 8 een omweg. Alleen meer oefenen is niet voldoende, eerst is er instructie nodig op de juiste procedure.